WAUW!
We hebben maar zes dagen in dit land te besteden en de wensenlijst loopt wat uiteen. Gelukkig zijn we het in ieder geval over één bestemming eens: Angkor Wat.
Met een directe overstap in Phnom Penh stappen we – met vertraging, wat gezien de krappe overstaptijd wel zo relaxt is – in een propellervliegtuig naar Siem Reap. Mijn medereizigers reageren ietwat nerveus op het propellervliegen, net zoals ik dat een aantal jaren geleden in Portugal deed. “Jeetje, bestaat dit nog?”
Siem Reap (dag 1 & 2)
Dag 1
Het nieuwe vliegveld van Siem Reap ligt op een uurtje rijden van de stad. We worden opgehaald door de chauffeur van onze accommodatie, het begin van de extra service die in Cambodja eerder regel dan uitzondering blijkt te zijn. Ondanks dat de weg zich leent voor Allegro, rijdt de chauffeur in Adagio. Na een uurtje tuffen, rijden we het terrein op van onze accommodatie.
Dat is even schakelen. Op de foto’s van het hotel is een idyllische plek met Bali-achtig hutjes te zien in een weelderige tuin met een zwembad in het midden. Dat is niet gelogen, ware het niet dat het terrein zowat OP een drukke doorgaande weg ligt. ‘Ons’ hutje ligt aan de rand van het terrein en zowat OP de drukke weg, dus. De alleraardigste gastheer verexcuseert zich voor de weg en de herrie en bij het welkomstdrankje met fruit, vertelt de aardige jongeman dat we het ontbijt van het hotel krijgen. Gelukkig blijkt er nog voor het drankje op is, na een “nee” in eerste instantie, toch een wat gunstiger gelegen hut beschikbaar te zijn. Beter.

Siem Reap, zo hoorde ik vlak voor ons vertrek, was 20 jaar geleden al super toeristisch. Dat was een fijne waarschuwing, naïef genoeg heb ik het beeld van de tempels vooraf geromantiseerd in plaatjes zoals ik die ook post bij deze blog. Wat meevalt is dat die plaatjes daadwerkelijk te schieten zijn, zonder eerst in een rij te moeten staan en zonder dat de optie geboden wordt om dit in klederdracht te doen zoals in Bali op meerdere plekken het geval is.

Wat tegenvalt is dat Siem Reap een soort van Benidorm is. Met een PUB-street, waar hel neon-licht en harde muziek boven de hele stad uitschreeuwt. Ook de night-market is verre van charmant en vooral gevuld met spiegeltjes en kraaltjes die voor naïeve onvoorbereide toeristen bedoeld zijn 😉. De zijstraatjes bevatten gelukkig wel restaurants waar je de heerlijkste Rode Khmer curry (Cambodjaanse specialiteit) kunt eten op een gezellig terras.

Dag twee – Siem Reap
Dag twee staat een bezoek aan de tempels op het programma. We besluiten fietsen te huren in Siem Reap en zelf op pad te gaan. Het is al aardig warm als we na een half uur bij ticket-post 1 aankomen. Of we onze tickets even willen laten zien. Dan blijkt dat de tickets daar weliswaar gecontroleerd worden maar niet verkocht! “Waar dan wel”, vragen we verbaasd. Dat blijkt 8 km verderop te zijn.
Daar staan we dan met onze Hollandse benen onvoorbereid en wel, tussen de lachende tempelbewakers. Ze – het zijn er minstens 3 – zijn graag bereid mee te denken. Zo bieden ze aan dat één van ons achterop de motor met de politieman naar de ticketshop rijdt om voor ons drie een ticket te halen. We schuifelen wat ongemakkelijk heen en weer en besluiten met elkaar dat DAT in ieder geval geen optie is. Of we anders online een ticket willen aanschaffen? Ja, natuurlijk willen we dat. Had dat dan …. We slaken een zucht van verlichting die een half uur en 6 pogingen later alsnog omslaat in frustratie. Het lukt niet, de site gooit ons er steeds uit.

Inmiddels is het 10:30 uur en is ons voornemen om niet op het heetst van de dag rond de tempels te fietsen al aardig weggesmolten. Het advies om alsnog met een tuktuk-koets de tour rond de tempels te maken, klinkt mij als muziek in de oren. De ‘bromkoetsier’ kan ons aan het einde van de dag weer bij de fietsen afzetten, de tempelbewakers houden graag een oogje in het zeil. Meeste stemmen gelden maken dat we dit plan ten uitvoer brengen, we worden vriendelijk uitgezwaaid door de drie lachende tempelbewakers en we laten onze oksels drogen in de wind die ons mild streelt tussen de bomen door.
De tempels zijn allemaal prachtig en indrukwekkend. De één nog groter dan de ander. Angkor Wat, ‘heilige tempelstad’ in het Cambodjaans, wordt gezien als architectonisch wonder: men geloofde in die tijd dat het complex in één nacht gebouwd werd door goddelijke architecten. We struinen op en over de grote stenen en verbazen ons over het feit dat dat nog gewoon mag. Hier geen hekken, linten of andere manieren om toeristen in het gareel te houden.
We genieten de hele dag van de 163 hectare goddelijke oudheid, de natuur en het gebrom van de tuktuk. Na tempel 9, of was het 10, zijn we er ook wel klaar voor om de tour te beëindigen. Het is met 38 graden en een luchtvochtigheid van 70% snikheet en stiekem ben ik blij dat het hele fietsavontuur in duigen is gevallen. We moeten overigens nog wel een half uur terugfietsen en daarover niet al te lang doen want de avond valt vroeg in.



Bestemming twee is nog niet besloten. Terwijl we afkoelen in het zwembad nemen we onze opties door. Eerder hebben we al vastgesteld dat alle vakantiewensen tezamen onze tijd in Cambodja overschrijdt. We besluiten definitief een tropisch strand te laten vallen en om de volgende dag via Floating Village Kompong Khelang naar Stueng Saen te rijden waar we een mooi hotel hebben gevonden naast een rivier voor twee nachten. Dat ligt op de weg naar Phnom Penn en breekt de autorit die in kilometers niet zo lang is maar in Adagio toch ruim 6 uur duurt.
Het hotel regelt een (te dure) taxi en met deze boeking in onze zak, kunnen we nog een laatste avond afscheid nemen van Siem Reap en genieten van een heerlijke vegetarische curry.
Kampong Khelang & Stueng Saen (dag 3 & 4)
Dag 3
Na een relaxed ontbijt worden we opgehaald door onze taxi. Bij het uitchecken mogen we nog een traditionele Cambodjaanse sjaal uitzoeken als kadootje, waarna we worden uitgezwaaid en vertrekken naar Floating Village Kompong Khelang. Hierover hebben we gelezen dat het in tegenstelling tot de dichterbij Siem Reap gelegen Water Villages nog relatief charmant en authentiek is.
Het landschap waar we doorheen tuffen is vlak met veel landbouw. Langs de (grote) doorgaande weg is vooral lintbebouwing te zien. Paalwoningen in alle soorten (hout, golfplaten, steen) en maten en vooral in de mooiste kleuren sieren het landschap. Er staan talloze stalletjes langs de kant van de weg, allemaal uitgerust met kokers van gelijke grootte. Als we vragen wat dat is, stopt de chauffeur en trakteert ons op een koker waar sticky cocosrijst in blijkt te zitten.

Na een uurtje buigen we van de grote weg af en worden de palen hoger en de woningen nog kleurrijker. We betalen bij een tolhuisje USD 20 pp (alles wordt in USD uitgedrukt en bij voorkeur betaald) om Kampong Khelang in te mogen rijden en daarmee is ook onze boottocht over de rivier naar het Tonle Sapmeer betaald.

We rijden een decor in waar een filmset nog een puntje aan kan zuigen. De huisjes zijn kleurrijk, de mensen evenzo en de pracht van het leven op, in en bij de rivier is fascinerend.
Hier geen bussen met toeristen en eveneens geen vertier in de vorm van klederdracht of rijen dik voor de mooiste foto’s. We kijken onze ogen uit en blijven dat op de rivier doen. We zien een drijvende school en prachtige huizen die gedragen worden door twee smalle Sampan boten, er wordt gevist waarna de vis uit het net wordt geronseld en er worden planten uit de rivier gehaald door het watervolk.
Het is een drukte van jewelste op de rivier, opvallend genoeg besturen ook kinderen de boten op de rivier. Er trekken er twee in een race aan ons voorbij, met kinderen in schooluniform. In Cambodja zijn de voorbereidingen voor Chinees Nieuwjaar in volle gang en ook rond de rivier zie je dat terug.


Kinderen en volwassenen zwaaien naar ons en poseren graag in of op het water voor een foto. We worden aan- en nagewezen. Hier lijken wij de bezienswaardigheid te zijn. Onze bootjongen – ouder dan 16 is hij niet – laveert onze boot tussen de drijvende huizen en mensen naar het meer en zet op het meer de motor uit. Wat een rust. Het is heerlijk op het water en de stilte maakt de beleving extra intens.
Terug aan land is de school net uit. Drommen prachtige kinderen verzamelen zich om ons heen en de stoerste geven een boks of een high five.

Als we goed en wel weer op de grote weg rijden, maakt de auto een vreemd geluid. De chauffeur stopt en gooit de motorkap open. Daar staan we dan, midden in Cambodja. Hij doet nog een korte poging zonder airco en in slakkentempo om de route te vervolgen, maar al snel stoppen we weer. Gelukkig blijkt een in de buurt wonende vriend vrij te zijn, hij is bereid om ons naar Stueng Saen zal brengen. En zo arriveren we gaar en wel en wat later dan gehoopt in Stueng Saen.
Ons hotel ligt naast de Stung Sen Rivier en maakt haar belofte waar. Een paradijsje in het groen. Ook hier kleine huisjes in een weelderige tuin en dit keer zonder grote drukke weg. Het hotel heeft een goed restaurant en we besluiten ‘thuis’ te blijven en hier te eten na een heerlijke plons in het koele zwembad.
Dag 4 – Stueng Saen
Een relax dag! Zwembad, lunch, zwembad. Het is nog altijd heet. Aan het einde van de dag fietsen we een rondje door het centrum. Ook hier zijn wij de bezienswaardigheid. Er is een fantastische markt met de mooiste kleuren en geuren. Wonderlijk genoeg hebben veel vrouwen een soort velours pyjama aan en een dikke vilten hoed op. Er wordt weer gezwaaid en geposeerd en ook nagewezen. Drie van die grote vrouwen op een fiets, het is een raar straatbeeld hier. Andere toeristen hebben we buiten het hotel niet gezien.


We stappen om 17 uur in de Sampan van het hotel voor een Sunset tochtje over de rivier. PRACHTIG! Het landschap, de mensen, het water en de zondsondergang zijn alles bij elkaar meer dan bezienswaardig. Dat er niets interessants te zien/doen is tussen Phnom Penh en Siem Reap, verwijs ik hiermee dan ook naar het land der onwaarheid. Wat mij betreft blijft iedereen er weg, zodat dit paradijsje ons geheim blijft.

Stueng Saen & Phnom Penh
Dag 5
We besluiten nog maximaal te genieten van dit plekje en pas na de lunch met de taxi naar Phnom Penh te gaan. Phnom Penh staat op de wensenlijst voor een bezoek aan de Killing Fields. Met de indringende beelden van de oorlogskinderen van Vietnam (museum HoChiMinh) nog vers op mijn netvlies, besluit ik niet mee te gaan.
Onze reis naar Phnom Penh gaat wederom in slakken- en pompgang. Ook hier is het pompend rijden blijkbaar ingesleten. Na vier uur arriveren we in hartje Phnom Penh. Ons plekje is prima en de stad, zoals te verwachten, druk en chaotisch. De indruk die ik onderweg krijg, is dat Phnom Penh in het rijtje HoChiMinh en Hanoi past. Niet perse heel aantrekkelijk. Er is een dakterras op de 22ste verdieping met zwembad. Dat is heerlijk en als we gezwommen hebben en weer een beetje bij gekomen, lopen we de straat af op zoek naar een restaurant.
Het is donker, en bij gebrek aan stoep lopen we half op straat. We duiken snel een restaurant in waar we simpel en prima eten. Cambodja is voor wat betreft eten en drinken echt spotgoedkoop.
Dag 6 – Phnom Penh
De ochtend zijn de meiden al vroeg op pad naar de Killing Fields. Ik hoopte lekker uit te slapen, mijn kneiterharde bed jaagt me er helaas al vroeg uit en ik ga op pad. Er staat een lekker windje en de zon is nog niet zo heet. Phnom Penh is wakker. De keur aan voertuigen raast voorbij en ik hink-stap-sprong van metertje stoep naar straat richting het Royal Palace. Bij een aantrekkelijk uitziend koffietentje bestel ik een cappuccino. De extra shot koffie krijg ik niet over de taalbarrière dus ik laat het bij de standaard.
Ik drink mijn lekkere en gloedhete cappuccino aan een wankel tafeltje op het nepgras terras. Een mooie jonge buddhistische monnik blijft staan met een koperen schaal in zijn hand. Hij kijkt – denk ik – mijn richting in. Ongemak overvalt me. Ik pak mijn telefoon om me maar een houding te geven en hij loopt door om na 20 meter op een andere hoek te stoppen en stil te blijven staan. Ik vermoed dat het de bedoeling is iets in de koperen schaal te leggen. Volgende keer beter.
Terwijl ik verder loop door de drukke straten van Phnom Penh, voel ik de rust in mijn hoofd terugkeren. Samen reizen is naast heel gezellig, ook intens. Het op elkaar afstemmen, consessies doen, dingen uitspreken of juist niet… ik word soms moe van mezelf en trap in mijn eigen valkuilen. Even resetten is fijn en ik realiseer me ook dat het heerlijk is dat ik die rust tegenwoordig in mezelf terug kan vinden.

Het Royal Palace is groots en van buitenaf gezien mooi. Na een heerlijke fruit smoothie op het terras pak ik een taxi terug naar het hotel. Grab werkt ook in Cambodja en net als ik denk dat de chauffeur de verkeerde kant oprijdt, krijg ik een melding van GRAB (zie foto). Grappig, en het geeft me een veilig gevoel. De chauffeur laat zich vervolgens door mij de weg wijzen.

De meiden zijn ook weer terug en we gaan samen op pad. Eerst naar de Russische markt en daarna met een TukTuk-koets naar Silk Island.
Onze koetsier is een vrolijke vent die ondanks dat hij een paar tanden mist, ze breed bloot lacht. We rijden de drukke stad uit, heerlijk! Het windje waait de 38 graden weer aangenaam van ons af. Met de pond varen we de Mekong rivier over, wat een belevenis op zichzelf is. De overkant, het eiland, is groen en weelderig. De demonstratie van de zijden bewerking valt in de categorie ‘toeristen grap’ maar is evengoed vermakelijk.
Onze koetsier zingt nog even een paar treurige Cambodjaanse liefdesliedjes voor ons, ergens midden in de natuur, voordat hij ons terug rijdt de drukte van de stad in. We stoppen nog even bij een kitscherige gouden tempel die werkelijk zo lelijk is, dat hij toch het vermelden waard is.


Terug in het hotel, moeten we nog op pad om dollars uit de muur te trekken. We komen terecht op een markt in een armoedig deel van Phnom Penh naast een stinkend kanaaltje. De straat is ongeplaveid en ondanks dat het al 17:00 uur is, ligt het vlees en vis nog open en bloot uitgestald. De vliegen zoemen er omheen en een oud dametje zwaait met een roede heen en weer om ze weg te jagen. Even verderop ligt een geglaceerd varken, tussen andere offers, ter ere van Chinees Nieuwjaar. Na wat omwegen, vinden we een ATM die werkt. En vast omdat we het verdiend hebben, blijkt er naast de ATM een ijssalon met heerlijk ijs te zijn.
Moe en voldaan, duiken we als we terug zijn in het hotel het zwembad in. Voor het gemak bestellen we bij GRAB ons avondeten wat we opeten op het dakterras. Morgen weer vroeg op en terug naar Singapore.

Dag 7 – Singapore
We vertrekken om 05:30 uur met de taxi naar het vliegveld. Al snel rijden we tussen tientallen brommertjes waarvan de berijders een blauw t-shirt en een blauwe pet draagt. Nog een paar meter verderop zijn het er geen tientallen meer maar honderden en staan we muurvast. De chauffeur kent gelukkig nog een andere route en keert om. Ruim op tijd checken we in en vliegen we Singapore weer in.
WAUW
Cambodja heeft ons verrast. Vooral de mensen en hun vriendelijkheid en de mooie kleuren hebben onze reis onvergetelijk gemaakt.
🇬🇧 Cambodia
WOW!
We only have six days to spend in this country, and the wish list is quite diverse. Luckily, we at least agree on one destination: Angkor Wat.
With a direct stopover in Phnom Penh, we board a propeller plane to Siem Reap – with some delay, which is quite relaxing given the tight layover time. My fellow travelers react somewhat nervously to propeller flying, just like I did a few years ago in Portugal. “Wow, does this still exist?” Yes, it does.
Siem Reap (days 1 & 2)
Day 1
The new airport of Siem Reap is about an hour’s drive from the city. We are picked up by the driver of our accommodation, the beginning of the extra service that turns out to be more the rule than the exception in Cambodia. Although the road suits Allegro, the driver drives in Adagio. After an hour of driving, we arrive at our accommodation.
That’s a bit of a shock. In the photos, it’s an idyllic place with Bali-like huts in a lush garden with a pool in the middle. That’s not a lie, except that the property is practically ON a busy main road. And our hut is located at the edge of the property and practically on the busy road. They apologize for the road and the noise, and during the welcome drink with fruit, the nice young man tells us that we will get the hotel breakfast. Fortunately, before we finish our drink, there is, after initially being told “no,” a somewhat better located hut available.

I heard just before our departure that Siem Reap was already super touristy 20 years ago. That was a nice warning, naively enough, I romanticized the image of the temples beforehand in pictures as I also post on this blog. What is surprising is that those pictures are actually achievable without having to stand in line first and without the option of doing it in traditional dress like we have seen in Bali.

What is disappointing is that Siem Reap is kind of like Benidorm. With a PUB street, where bright neon lights and loud music clash above the whole city. The night market is also far from charming and mainly aimed at tourists with mirrors and beads. Fortunately, the side streets do contain restaurants where you can eat the most delicious Red Khmer curry on a cozy terrace.

Day two – Siem Reap
Day two is dedicated to visiting the temples. We decide to rent bikes in Siem Reap and go on our own. It’s already quite hot when we arrive at ticket post 1 after half an hour. They ask us to show our tickets. It turns out that while the tickets are checked there, they are not sold! “Where then,” we ask surprised. It turns out to be 8 km further.
There we are, unprepared and with our Dutch legs, among the laughing temple guards. They – there are at least 3 of them – are happy to help us think. They offer that one of us rides on the back of the motorbike with the policeman to the ticket shop to get tickets for the three of us. We shuffle uncomfortably back and forth and decide together that THAT is definitely not an option. Can we buy a ticket online instead? Yes, that’s also possible. We sigh with relief, which turns into frustration half an hour and 6 attempts later. It doesn’t work; the website keeps kicking us out.

By now it’s almost 10:30 a.m., and our intention not to cycle around the temples in the heat of the day has pretty much melted away. The advice to still take a tuk-tuk carriage tour around the temples sounds like music to my ears. The “brom driver” can then drop us off at the bikes at the end of the day; the temple guards are happy to keep an eye on things. With the majority vote in favor, we are warmly waved off by the three smiling temple guards, and we let our armpits dry in the wind that gently strokes us through the trees.
The temples are all beautiful and impressive. Each one bigger than the last. Angkor Wat, ‘holy temple city’ in Khmer, or Cambodian, is seen as an architectural wonder: it was believed at the time that the complex was built in one night by divine architects. We wander around the large stones and marvel at the fact that it’s still allowed. No fences, ribbons, or other ways to keep tourists in line here.
We enjoy the entire day in the 163 hectares of antiquity, nature, and the hum of the tuk-tuk. After temple 9, or was it 10, we’re ready to end the tour. It’s scorching hot at 38 degrees with a humidity of 70%, and secretly I’m glad the whole bike adventure fell apart. We still have to cycle back for half an hour and shouldn’t take too long because night falls early.



Destination two is not yet decided. While we cool off in the pool, we discuss our options. Earlier, we had already established that all our vacation wishes exceed our time in Cambodia. We decide to drive to Stueng Saen the next day via the Floating Village Kompong Khelang, where we found a nice hotel by a river for two nights. That’s on the way to Phnom Penh and breaks up the journey. The hotel arranges a (too expensive) taxi, and with this booking in our pocket, we can enjoy another last evening in Siem Reap and a delicious curry.
Kampong Khelang & Stueng Saen (days 3 & 4)
Day 3
After a relaxed breakfast, we are picked up by our taxi. When checking out, we are allowed to choose a traditional Cambodian scarf as a gift before being waved goodbye and leaving for the Floating Village Kompong Khelang. We read that unlike the Water Villages closer to Siem Reap, this one is relatively charming and authentic.
The landscape is flat with a lot of agriculture. Along the (main) road, there is mainly ribbon development. Pole houses in all types (wood, corrugated iron, stone) and sizes and especially in the most beautiful colors adorn the landscape. There are countless stalls along the roadside, all equipped with tubes of the same size. When we ask what it is, the driver stops and treats us to a tube containing sticky coconut rice. After an hour, we turn off the main road, and the poles get higher, and the houses get even more colorful. We pay USD 20 per person at a toll booth (everything is expressed and preferably calculated in USD) to enter Kampong Khelang, which also includes our boat trip on the river to Tonle Sap Lake.

After an hour, we veer off the main road, and the poles become taller, and the houses even more colorful. We pay USD 20 per person at a toll booth (everything is expressed and preferably calculated in USD) to enter Kampong Khelang, which also includes our boat trip over the river to Tonle Sap Lake.

We enter a setting that even a film set would envy. The houses are colorful, as are the people, and the beauty of life on, in, and around the river is fascinating.
Here, there are no tourist buses, nor any entertainment in the form of traditional clothing or long queues for the most picturesque photos. We marvel at the scene and continue to do so on the river. We see a floating school and beautiful houses carried by two narrow sampan boats, people fishing, children gathering plants from the river, and a bustling activity on the river, surprisingly with children also piloting boats. Two of them race past us, wearing school uniforms.


Chinese New Year is also an important event in Cambodia, and preparations for this day can be seen around the river. Children and adults wave at us and gladly pose in or on the water for a photo. We are pointed at and noticed. Here, it seems, we are the attraction. Our boatman – not older than 16 – navigates our boat among the floating houses and people to the lake and turns off the engine. What tranquility. It’s delightful on the water.
Back on land, school has just ended. Crowds of beautiful children gather around us, and the bravest ones exchange fist bumps or high fives.

When we are back on the main road, the car makes a strange sound. The driver stops and opens the hood. There we stand, in the middle of Cambodia. He makes a brief attempt to continue the route without air conditioning and at a snail’s pace, but soon we stop again. Fortunately, a friend nearby is available and will take us to Stueng Saen. And so we arrive, tired but well, in Stueng Saen.
Our hotel is next to the Stung Sen River and lives up to its promise. A paradise in the greenery. Here too, small houses in an even lusher garden, and this time without a busy main road. The hotel has a good restaurant, and we decide to stay ‘home’ and eat here after a delightful swim.
Day 4 – Stueng Saen
A relaxing day! Pool, lunch, pool. I love it. It’s still hot. At the end of the day, we cycle around the center. Here too, we are the attraction. There is a fantastic market with the most beautiful colors and scents. Interestingly, many women wear a kind of velour pajamas and a thick felt hat. Again, people wave, pose, and point. Three big women on a bike, it’s a strange sight.


We board the hotel’s sampan at 5 p.m. for a sunset ride on the river. BEAUTIFUL! The landscape, the people, the water, and the sunset together are more than worth seeing. As for the claim that there’s nothing interesting to see/do between Phnom Penh and Siem Reap, I refer to the land of falsehood with this.

Day 5 – Stueng Saen & Phnom Penh
We decide to fully enjoy this spot and only after lunch take a taxi to Phnom Penh. Phnom Penh is on the list for a visit to the Killing Fields. With the haunting images of the war children of Vietnam (Ho Chi Minh Museum) still fresh in my mind, I decide not to join.
Our journey to Phnom Penh again proceeds at a snail’s pace. It seems that slow driving is the norm here too. After four hours, we arrive in the heart of Phnom Penh. Our spot is fine, and the city, as expected, is busy and chaotic. The impression I get along the way is that Phnom Penh fits into the list of Ho Chi Minh and Hanoi. There is a rooftop terrace on the 22nd floor with a swimming pool. It’s lovely, and after swimming and regaining some energy, we walk down the street in search of a restaurant.
It’s dark, and lacking sidewalks, we walk halfway on the street. We quickly duck into a restaurant where we have simple but good food. Cambodia is really cheap when it comes to food and drink.
Day 6 – Phnom Penh
The girls are up early in the morning to visit the Killing Fields. I hoped to sleep in, but my rock-hard bed drives me out early. I set out. There’s a nice breeze, and the sun isn’t too hot yet. Phnom Penh is awake. The variety of vehicles rushes past, and I hop-skip-jump from the sidewalk to the street towards the Royal Palace. At an attractive-looking coffee shop, I order a cappuccino. I don’t get the extra shot of coffee due to the language barrier, so I stick with the standard.
I drink my delicious and piping hot cappuccino on the artificial grass terrace. A handsome young Buddhist monk stands still with a copper bowl in his hand. He looks – I think – in my direction. Discomfort overwhelms me. I grab my phone to give myself a sense of purpose, and he walks on, stopping after 20 meters at another corner and staying still. I suspect the intention is to put something in the copper bowl. Better luck next time.
As I continue walking through the bustling streets of Phnom Penh, I feel the calm returning to my mind. Traveling together, while very enjoyable, is also intense. Aligning with each other, making concessions, expressing things or not… I sometimes tire of myself and fall into my own traps. A little reset is nice, and I also realize how wonderful it is that I can now find that peace within myself.

The Royal Palace is grand and beautiful from the outside. I have a smoothie on the terrace and take a taxi back to the hotel. Grab also works in Cambodia, and just as I think the driver is going the wrong way, I receive a notification from GRAB (see photo). I’ve never had such a notification before; it gives me a sense of security, and the driver lets me guide him.

The girls are back and we set out together again, first to the Russian market and then with a TukTuk carriage to Silk Island. The carriage ride gives me a feeling of being on a hayride. Our driver is a cheerful guy who, despite missing a few teeth, smiles broadly. We leave the bustling city behind, wonderful! The breeze blows the 38-degree heat pleasantly away from us. With the ferry, we cross the Mekong River, which is an experience in itself.
The other side, the island, is green and lush. The silk demonstration falls into the ‘tourist trap’ category again but is still a nice outing. Our driver even sings a few sad Cambodian love songs for us, somewhere in the middle of nature, before driving us back into the bustle of the city. We stop briefly at the golden temple, which is truly so ugly that it’s worth mentioning.


Back at the hotel, we still need to go out for USD. We end up at a market in a poor part next to a stinking canal. The street is unpaved, and even though it’s already 5 p.m., the meat and fish are still displayed openly. Flies buzz around, and an old lady waves a rod back and forth to chase them away. A glazed pig lies further on, among other offerings in honor of Chinese New Year. After some detours, we find an ATM that works. And as if we’ve smelled it, almost next to the ATM is an ice cream parlor with delicious ice cream. We take a taxi back to the hotel.
Tired and satisfied, we dive into the pool. For convenience, we order our dinner with GRAB, which we eat on the rooftop terrace. Early start again tomorrow, back to Singapore.

Day 7 Singapore
We leave at 5:30 a.m. by taxi to the airport. We soon find ourselves among dozens of scooters whose riders wear a blue t-shirt and a blue cap. A few meters further, there are no longer dozens but hundreds, and we are stuck. Fortunately, the driver knows another route and turns around. We check in well in time and fly back to Singapore.
Cambodia WOW
Cambodia has surprised us. Especially the people and their friendliness.
Geef een reactie op Ina Reactie annuleren