Ik voel me niet senang in vrouwenclubjes, vrouwennetwerken en de term PowerVrouw doet – ondanks dat ik ooit een hele waardevolle training met die titel gevolgd heb – de rillingen langs mijn ruggengraat glijden. Ik heb overigens überhaupt een hekel aan clubjes en hokjes, om de context van deze aversie iets minder vrouwonvriendelijk te maken. #awareness
DISCLAIMER: mijn mening is persoonlijk en net zo geldig als die van jou; alles wat ik hierna schrijf is volledig vanuit mijn Nederlandse bril, context en persoonlijke ervaring geschreven! Op geen enkele manier wil ik de vrouwenongelijkheid op een grote schaal ter discussie stellen noch wil ik vrouwen afvallen, individuele ervaringen ontkennen, minimaliseren of veroordelen.
Ik lust ze rauw
Een man die mij – of willekeurig welke vrouw dan ook – op mijn vrouwzijn beoordeelt of diskwalificeert lust ik rauw.
Internationale Vrouwendag
Het is internationale vrouwendag (IWD). Zeker nu ik bedrijfsmatig actief ben op Socials komt de ene na de andere post over IWD op mijn tijdlijn. Ik merk dat de toon me veelal irriteert. Ik wil me niet in het veelvuldig voorgeschotelde hokje “vrouwen” (laten) scharen, en voel weerstand. En ondanks dat ik een enorme drempel over moet – maar dan ook echt een mega drempel! – om mijn gedachten over dit onderwerp de vrijheid te laten via mijn blog, GLAD IJS, vind ik dat ik dit onderwerp niet moet schuwen. En ook niet hoef te schuwen, ik ben immers zelf een vrouw dus heb OOK recht van spreken 😉.

Voor alle duidelijkheid, ik heb geen hekel aan vrouwen (althans aan de meeste niet🙄) en ik ben een geëmancipeerde vrouw. Een man die mij – of willekeurig welke vrouw dan ook – op mijn vrouwzijn beoordeelt of diskwalificeert lust ik rauw. Ik vind ook dat er nog behoorlijk wat te winnen is op het terrein van emancipatie. En toch zet ik me schrap en sta ik op scherp als er in Nederland gesproken wordt over ‘de vrouw’ in één en dezelfde zin met ‘ongelijke kansen, loonkloof, vrouwenquota, glazen plafond e.d.’. Ik voel een bijna ongecontroleerde behoefte om daar doorheen te schoppen en het af te doen als ‘gezeur’ en ‘excuustruusgejammer’. En dat ligt meestal niet aan de inhoud.
Waar het schuurt, is veel te leren dus ik ga op zoek naar mijn blinde vlekken en de aard van mijn heftige reactie. Ik luisterde de afgelopen weken naar verschillende PodCasts over emancipatie, voer er gesprekken over met vrouwen EN mannen oftewel MENSEN, en ga naar een lezing georganiseerd door de DutchCham van Mette Johansson die onlangs een nieuwe boek heeft gepubliceerd met de titel: ‘Narratives – the stories that hold women back at work’. Ook daar is mijn primaire reactie er een van weerstand trouwens. Interessant.
Weerstand
Diepgaand gravend is er een aantal elementen die ik als verklaring voor mijn weerstand kan duiden.
Allereerst roepen uitingen van vrouwen over vrouwen bij mij vaak het gevoel van gedeeld slachtofferschap op. Ik voel me geen slachtoffer en ik wil me vooral ook helemaal geen slachtoffer voelen. Daar komt bij dat de slachtofferbenadering ook een dader veronderstelt. En dat zijn dan de mannen? Regelmatig lees en hoor ik uitspraken met de strekking: ‘de mannen’ hebben dit construct gecreëerd (feit), ‘de mannen’ houden dat in stand (geen feit maar een mening). Die ‘wij’ en ‘zij’ benadering werkt behoorlijk polariserend, en is mijn inziens niet de weg waarlangs we ‘dit construct’ veranderen. Ik mis in dit soort gesprekken vaak de rol van ‘wij vrouwen’ in discussies over het in stand houden van het huidige construct, anders dan dat we ons moeten verenigen en moeten roeptoeteren dat het allemaal zo oneerlijk is. En dat ontbreken van onze eigen rol vind ik juist ongeëmancipeerd en ook onheus.
Excuustruus en eikel argument
“HOEZO IS HET HAAR SALARIS DAT OPGAAT AAN DE KINDEROPVANG”?
Het andere element dat mijn weerstand voedt, is dat het oplossen van de genderongelijkheid vooral op het bordje van werkgevers wordt geserveerd. Ook hier gaat mijn bovenstaande weerstand op: er is in deze benadering sprake van een slachtoffer namelijk: de al dan niet werkende vrouw, en van een dader: de bazen.
Het mede-eigenaarschap van de, al dan niet werkende vrouw, voor de ondervertegenwoordiging van vrouwen in het bedrijfsleven, en dus ook voor de oplossing, blijft veelal buiten beeld. Elke suggestie om een financiële prikkel te geven om de deeltijdcultuur te ontmoedigen in plaats van te belonen, zoals momenteel het geval is, of op zijn minst te streven naar een toename richting een gemiddelde werkweek van 32 uur per, levert een zee van kritiek op. Dat we streven naar een nieuw construct waarbinnen carrières moeten kunnen worden opgebouwd tot aan de boardroom in 24 uur per week of minder, en tegelijkertijd (mantel)zorgtaken te combineren, klinkt misschien aantrekkelijk maar lijkt mij utopisch en financieel onhaalbaar.

Tot mijn geëmancipeerde verbazing wordt niet zelden het volgende argument opgevoerd: ‘de opvang in Nederland is zo duur, dat het salaris van de vrouw opgaat aan de opvang en ze er derhalve voor kiest om niet te gaan werken’. “HOEZO IS HET HAAR SALARIS DAT OPGAAT AAN DE KINDEROPVANG”? Daarbij vind ik het überhaupt een excuustruus (sorry) en een eikel (pardon) argument want uit diverse onderzoeken blijkt dat (nagenoeg) gratis opvang in Nederland, nauwelijks (slechts 0,2%) effect heeft op de participatiegraad en een shitload aan pecunia kost EN het probleem van beschikbare goede opvang NOG groter maakt.
“Maar in Zweden dan, daar werkt het wel”, wordt als tegenargument gebruikt. Dat klopt maar juist de cultuur in Nederland maakt dat we er gelukkig ook voor kunnen en willen kiezen om parttime te werken. De Nederlandse maatschappelijk norm is al heel lang het anderhalve verdienmodel. En de overwegende norm is ook nog: je krijgt geen kinderen om ze vijf dagen per week naar de crèche te brengen (zie filmpje CBS). Dat veel moeders (45%) minder gaan werken als ze hun eerste kind hebben gekregen of dat er nog altijd een aanzienlijke groep vrouwen is die niet wilt werken of geen carrière wilt maken, ligt echt niet alleen maar op het bordje van de werkgever. Maar daar willen we het liever niet over hebben. Veel geaccepteerder is het om de schuld extern te leggen.

Vrouw vs Man?
Het laatste element dat aandacht vraagt in mijn hoofd, is überhaupt de indeling vrouw/man die voelt als vrouw vs. man. Ik heb in mijn niet onverdienstelijke carrière – en ook om mij heen – geweldige vrouwen en mannen zien klimmen op de ladder en ik heb geweldige vrouwen en mannen zien worstelen om gezien en gehoord te worden. Niet omdat ze vrouw of man zijn, maar omdat ze simpelweg andere competenties hebben dan de typisch ‘vereisten’ die wij in ‘dit construct’ gelijkscharen met bijvoorbeeld ‘leiderschap’ of ‘professioneel’. Is dat goed? Nee. Is dat alleen een vrouwen issue? Nee.
IK BEN BLIJ DAT IK EEN VROUW BEN
Met alle commotie over dit gevoelige onderwerp durf ik bijna niet meer te zeggen dat ik blij ben dat ik een vrouw ben.
Ik pleit ervoor dat we het hebben over ‘de mens in al haar verschijningen’. Meer bewustzijn creëren over onze eigen vooroordelen en overtuigingen en daar programma’s voor opzetten. Onze Narratives, zoals Mette dat heeft uitgelicht, aangevuld met de narratives over mannen en over alles en iedereen, in de spreekwoordelijke bek kijken.
Overpeinzingen
We zijn allemaal bevooroordeeld (bias); we kunnen niet anders. Van nature hebben we de neiging om gelijken om ons heen te verzamelen. Als we dit fenomeen beter begrijpen en herkennen, kunnen we onszelf en anderen beschermen en vaardigheden ontwikkelen om een samenleving en een werkomgeving te creëren die gericht is op diversiteit in al zijn vormen. Dan krijgt niet alleen ‘de vrouw’ de kans om die stoel in de bestuurskamer in te nemen, maar ook die introverte man met geweldige kwaliteiten die niet gehoord en gezien wordt. Op die manier voelt ook ‘de man’ zich aangesproken, uitgenodigd en gemotiveerd om deel te nemen aan gesprekken over inclusiviteit. Tijdens de lezing die ik bijwoonde, was slechts 4% van het publiek man, en dat is toch een gemiste kans.

Ik ben blij dat ik een vrouw ben
Met alle commotie over dit gevoelige onderwerp durf ik het bijna niet meer te zeggen maar echt: IK BEN BLIJ DAT IK EEN VROUW BEN!. Ik kan mijn eigen boontjes doppen, net als het gros van de vrouwen die ik ken trouwens, heb de zorg voor onze kinderen altijd gelijkwaardig gedeeld met mijn man en ik heb vooral profijt ervaren van mijn vrouw-zijn. Zo kon ik 15 jaar geleden bijvoorbeeld wel parttime (32 uur) werken in een serieuze managementpositie, iets wat mijn mannelijke collega’s toen (nog) niet gegund was. Ik heb drie keer mogen genieten van een heerlijke zwangerschapsverlofperiode zonder nadelige consequenties voor mijn loopbaan en mijn zorgtaken heel goed kunnen combineren met een mooie carrière. Iets waar generaties vrouwen voor ons, keihard voor geknokt hebben.
“Mean girls”
Ik heb me gerealiseerd dat deze door mij in stand gehouden mythe voortkomt uit maar enkele negatieve ervaringen uit een ver verleden die ik uitvergroot heb.
Natuurlijk realiseer ik me dat mijn eigen ervaringen niet representatief zijn voor iedereen, en dat ik het ‘geluk’ heb gehad met een partner die de zorg voor onze kinderen deelt. Maar ik ben niet alleen. Steeds meer vrouwen werken (69,2%), het aantal vrouwen in topposities groeit gestaag, en steeds meer mannen werken in deeltijd en nemen deel aan zorgtaken. Zijn we dan klaar met emancipatie in Nederland? Nee, zeker niet. Maar als we blijven praten over vrouwen versus mannen en vrouwen bestempelen als ‘arme schapen in een boze mannenwereld’ waarbij we gevoelige onderwerpen blijven vermijden of neersabelen, lopen we het risico de kloof juist te vergroten in plaats van te verkleinen. Elke vorm van uitsluiting draagt bij aan een ongunstige omgeving voor verandering.
Mijn blinde vlek?
Die is er zeker. Ik realiseer me dat ik enkele ‘narratives’ koester die helemaal niet positief bijdragen aan een discussie over dit onderwerp. Eén daarvan is, zoals de titel van dit blog, gebaseerd op Mean Girls: “Vrouwen zijn gemeen.” Ik realiseer me nu dat deze mede door mij in stand gehouden mythe voortkomt uit maar enkele negatieve ervaringen uit een ver verleden die ik uitvergroot heb. Ik ken vooral heel veel sympathieke, sterke en lieve vrouwen en dit narrative is dus echt totale onzin en niet helpend in het gesprek over emancipatie, zoals me ook fijntjes werd ingewreven tijdens de lezing afgelopen week.
Nieuwe Narratives
Laten we verantwoordelijkheid nemen en eerlijk zijn door eerst onze eigen narratives kritisch te herzien. En laten we niet alleen die over vrouwen herzien, maar ook de niet-helpende narratives over mannen en over alles en iedereen die een rol speelt in deze discussie. Laten we onze narratives toetsen, bespreken en uitdagen, samen! Op die manier kunnen we werken aan het herschrijven van een verhaal waarin een inclusievere en rechtvaardigere wereld als een gemeenschappelijke droom wordt gezien. We kunnen het verleden niet veranderen, maar we hebben wel de kracht om er samen ook andere verhalen over te vertellen en vooral de toekomst te veranderen door onze verhalen en overtuigingen te herzien. Dit herschreven verhaal zou wel eens een groot succes kunnen worden.

Voor 🇳🇱 en 🇬🇧-talige partners van expats in Singapore, hebben we een Expat Onboarding Programma ontwikkeld. Check de website van SingaporeandYou voor meer informatie hierover. Je kunt ook de Instagram pagina volgen om op de hoogte te blijven van de nieuwste plannen.
Mijn eerdere blogs zijn terug te lezen op mijn website SingaporeandMe. Voor meer Singapore foto’s en tips kun je me volgen op Instagram. Vind je mijn blogs het lezen waard? Deel en like ze vooral 😍 EN een reactie op mijn blog maakt mijn dag ❤️. Juist ook als ik je niet persoonlijk ken.
🇬🇧 Mean Girls
I don’t feel comfortable with the phenomena of women’s clubs, women’s networks, and the term “Power Woman” sends shivers down my spine, despite once attending a very valuable training with that title. I generally dislike groups and labels, to slightly soften the context of this aversion.
DISCLAIMER: My opinion is personal and just as valid as yours; everything I write here is entirely from my Dutch perspective and personal experience! In no way do I want to discuss gender inequality on a larger scale than the Netherlands, nor do I want to deny, minimize, or judge individual experiences.
I can’t stand a man
I can’t stand a man judging or disqualifying me – or any woman for that matter – based on my gender.
It’s International Women’s Day (IWD). Especially now that I’m actively engaged in business on social media, I see post after post about IWD on my timeline. I notice they often irritates me. I don’t want to pigeonhole myself that way in that group of “women” and feel resistance. And despite having to overcome a huge hurdle – I mean, a massive hurdle! – to express my thoughts on this subject through my blog, because it’s risky and I don’t want to offend anyone. But, I also do believe that I don’t have to shy away from it, after all, I am a woman, so I also have the right to speak 😉.

Let me clarify this, I don’t dislike women (at least not most of them 🙄) and I really am an emancipated woman. I can’t stand a man judging or disqualifying me – or any woman for that matter – based on my gender. I also believe there’s still much to be gained in terms of emancipation. Yet, I brace myself and sharpen my senses when discussions in the Netherlands touch on “women” in the same breath as “unequal opportunities, gender pay gap, women quotas, glass ceiling, etc.” I feel an almost uncontrollable urge to kick against it and dismiss it as “whining” and “excuses”.
Where it rubs, there’s much to learn, so I delve into the nature of my strong reaction. And I also challenge my undoubtedly existing blind spot. Over the past few weeks, I’ve been listening to various podcasts on emancipation, having conversations about it with both women AND men, and attending a lecture by DutchCham with Mette Johansson, who recently published a new book titled: ‘Narratives – the stories that hold women back at work’. Interestingly, my initial reaction there was also one of resistance.
Upon deeper reflection, there are several elements that could explain my resistance.
Firstly, expressions of women about women evoke – again in the context of the Netherlands – in me a sense of shared victimhood. I don’t feel like a victim, and I don’t want to feel like one. Additionally, the victim approach also implies a perpetrator. And that must be the men in that order? I frequently read and hear statements along the lines of: ‘men’ created this construct (fact), ‘men’ perpetuate it (not a fact but an opinion). This ‘us’ and ‘them’ approach is quite polarizing, and in my opinion, not the path to change ‘this construct’. I also often miss the role of ‘us women’ in discussions about maintaining the current construct, other than the idea that we should unite and shout out that everything is so unfair. And I find that highly unemancipated and unfair.
A lame excuse (sorry)
“HOW IS IT HER SALARY that goes towards childcare”?
The other element fueling my resistance is that resolving gender inequality is primarily left to the responsibility of employers. Here, my aforementioned resistance applies: there’s a victim, namely the ‘working or non-working woman’, and thus a perpetrator, ‘the bosses’.
The shared responsibility of the ‘working or non-working woman’ in the underrepresentation of women in the corporate world, and thus in the solution, largely remains overlooked. Any suggestion to provide a financial incentive to discourage rather than reward the part-time culture (In the Netherlands, 69.2% of women are employed, working an average of 29.2 hours a week, and 45% of women work full-time), as it currently stands, or at least strive for an increase towards an average workweek of 32 hours, is met with a barrage of criticism. The idea of aiming for a new framework where careers can be developed up to the boardroom in 24 hours a week or less, while simultaneously balancing (caregiving) responsibilities, may sound appealing but appears utopian and financially unfeasible to me.

To my emancipated surprise, the following argument is often raised: ‘childcare in the Netherlands is so expensive that the woman’s salary goes towards childcare, and therefore she chooses not to work’. “HOW IS IT HER SALARY that goes towards childcare”? Besides, I find it a lame excuse (sorry) and a crappy (pardon) argument altogether.
From various studies, it appears that (almost) free childcare in the Netherlands hardly (only 0.2%) affects the participation rate and costs a ton of money, AND exacerbates the problem of available quality childcare. “But in Sweden, it works,” is used as a counterargument. While that may be true, it’s precisely the culture in the Netherlands that allows us to choose and want to work part-time and by the way I think that is great! The Dutch societal norm has long been the one-and-a-half-income model. Moreover, the prevailing norm is still: you don’t have children to send them to daycare five days a week. The fact that many mothers (45%) reduce their working hours after having their first child, or that there is still a significant group of women who do not want to work or pursue a career, is not solely the responsibility of the employer. But we’d rather not talk about that. It’s much more acceptable to blame external factors.

The last element that deserves attention in my story is the division between women and men, which feels like woman vs. man. In my quite respectable career and also around me, I’ve seen great women and men climb the ladder, and I’ve seen great women and men struggle to be seen and heard. Not because they are women or men, but because they simply have different competencies than the typical ‘requirements’ we associate with, for example, ‘leadership’ or ‘professionalism’. Is that okay? No. Is it just a women’s issue? No.
I AM GLAD I’M A WOMAN!
With all the commotion about this sensitive topic, I almost dare not say anymore that I’m glad I’m a woman.
I advocate for more discussion about people in all their manifestations when it comes to behavior and experiences, and to create more awareness about our own prejudices and beliefs. Our Narratives as Mette pointed out, augmented with narratives about men as well.
Life Reflections
We’re all biased; it’s unavoidable. By nature, we tend to surround ourselves with people who are similar to us. If we better understand and recognize this phenomenon, we can protect ourselves and others and develop skills to create a society and work environment focused on diversity in all its forms. This way, not only ‘the woman’ gets the chance to take that seat in the boardroom, but also that introverted man with great qualities who isn’t heard or seen. In this manner, ‘the man’ also feels addressed, invited, and motivated to participate in conversations about inclusivity. During the lecture I attended, only 4% of the audience was male, which is a missed opportunity.

I am glad I’m a woman
With all the commotion about this sensitive topic, I almost dare not say anymore that I’m glad I’m a woman. But really: I AM GLAD I’M A WOMAN! I’ve always taken care of myself, shared the childcare equally with my husband, and I’ve only benefited from being a woman. For example, 15 years ago, I was able to work part-time in a serious management position, something that wasn’t (yet) granted to my male colleagues back then. And I’ve had the pleasure of enjoying a wonderful maternity leave period three times without any negative consequences, while combining my caregiving duties very well with a successful career.
“Mean girls.”
I’ve come to see that this myth stems from old experiences that I’ve exaggerated, while it has long been refuted by countless facts and positive experiences.
Of course, I realize that my own experiences are not representative for everyone, and I’ve been fortunate to have a partner who shares the care for our children. But I’m not the only one. More and more women are working (69.2%), the number of women in top positions is steadily increasing, and more and more men are working part-time and taking on caregiving responsibilities. Are we done with emancipation in the Netherlands? No, certainly not. But if we continue to talk about women versus men and portray women as ‘poor victims in a hostile male world,’ while avoiding or belittling sensitive topics, we risk widening the gap instead of narrowing it. Every form of exclusion contributes to an unfavorable environment for change.
My blind spot?
That one is certainly there. I realize that I harbor some ‘narratives’ that do not contribute positively to a discussion on this topic. One of them, as the title of this blog suggests, is based on Mean Girls: “Women are mean.” I now realize that this myth perpetuated partly by me stems from just a few negative experiences from a distant past that I have exaggerated. I know many sympathetic, strong, and kind women, so this narrative is complete nonsense and unhelpful in the conversation about emancipation, as was subtly pointed out to me during the lecture last week.
Let’s take responsibility and be honest by first critically reviewing our own “narratives.” And let’s not just revise those about women but also the unhelpful narratives about men and about everyone and everything involved in this discussion. Let’s test, discuss, and challenge our narratives together! This way, we can work on rewriting a story where a more inclusive and just world becomes a shared dream. We cannot change the past, but we do have the power to collectively tell different stories about it and, above all, to change the future by revising our stories and beliefs. This rewritten story could very well become a great success.

For newcomers in Singapore, both Dutch and English speakers, we have developed an Expat Onboarding Program. Check out the SingaporeandYou website for more information. You can also follow the Instagram page to stay updated on the latest plans.
My previous blogs can be found on my website SingaporeandMe. For more Singapore photos and tips, you can follow me on Instagram. Do you find my blogs worth reading? Feel free to share and like them 😍 AND a comment on my blog makes my day ❤️. Especially if I don’t know you personally.
Plaats een reactie