Onze utility room, hier beter bekend als the helpersroom, staat volgestouwd met frisdrank, bier en chips. Een gemiddelde sportkantine heeft minder voorraad. Waar is het feestje? Hier is het feestje.
Mijn derde verjaardag in Singapore
Zowaar vier ik mijn derde verjaardag in Singapore. Nou ja, niet mijn derde natuurlijk, het is namelijk alweer mijn 52e. Maar wel de derde keer dat ik …. Ja ho, stop, je begrijpt het natuurlijk al.
Had ik vorig jaar verwacht deze verjaardag nog in Singapore te vieren? Ik betwijfel het. Al zou ik dat moeten nalezen in één van mijn ruim honderd blogs. Ook dat is trouwens een behoorlijke prestatie. Alhoewel ook. In hoeverre kun je van een prestatie spreken als het gaat om ouder worden? Het enige wat je niet moet doen is doodgaan. Om dat nu een prestatie te noemen… Daar kun je dan ook wel weer over discussiëren.
Afijn, dit dreigt een onsamenhangend verhaal te worden. Laat ik er wat lijn in aanbrengen.
Oma Leeftijd
52 dus. Zal ik nog maar een keer herhalen dat ik dat bizar vind? Dat ik de leeftijd waarop mijn ouders (en die van hun) al lang en breed opa of oma waren nu zelf heb bereikt, vind ik bizar. En niet omdat ik het nog niet ben, maar wel omdat ik het dus al lang en breed had kunnen zijn. Hoe leuk zou dat zijn trouwens. No pressure kids.
Of het daarmee samenhangt weet ik niet, maar de laatste dagen schieten mijn oma’s me regelmatig door het hoofd. Ik heb het geluk gehad dat ik tot ver in de veertig van mijn beide oma’s heb mogen genieten. Kwiek, eigenzinnig en totaal verschillend.
Royal Albert
Mijn nichtje van moederskant plaatste laatst een bericht in de familie-app met de vraag wie ze blij kon maken met het gebloemde Royal Albert thee-/ontbijt servies van oma. Ze had er geen plek meer voor. JAHAAAA heel graag, reageerde ik, want de helft daarvan heb ik al en ik maak het heel graag compleet.

Dat Royal Albert servies gaat gepaard met zoveel herinneringen. De zware, ronde, met was ingezette eikenhouten tafel, waar een door opa geknoopt kleed op lag. Dat alles werd bij ontbijt en lunch bedekt met een spierwit, gesteven damast tafelkleed. De zilveren theepot in een theemuts. Ja jongelui, een theemuts. Dat hoorde ooit bij een normaal burgerlijk huishouden. Net als eierwarmers, zoek ze maar eens op. De Royal Albert theepot en kopjes werden bewaard voor speciale gelegenheden.
Deze oma is geboren in de verkeerde sociale klasse. Ze hoorde op een landgoed thuis, met bedienden en rijtuigen. Maar per ongeluk had de kosmos haar in een arbeiderswoning bedacht met opa, een man die hard werkte voor weinig bij een bedrijf dat later failliet ging inclusief zijn pensioen.

Ze liet elke week haar haar indraaien door mijn moeder, droeg sjieke blouses, zijden kousen en een rok. Er was een zilveren bestek en dus een Royal Albert servies. Dat ik als knoeipot haar spierwitte kleed verpestte vond ze niet erg. Zolang de buren het maar niet zagen. De buren waren belangrijk zo ondervond ik toen ik voor haar deur op straat de stoep had ondergekliederd met stoepkrijt. De enige keer, zover ik me herinner, dat ze boos op me werd.

Keeping up the appearances
Als ik bij haar op bezoek kwam, deed ze na het openen van de voordeur nog voordat ik een voet over de drempel kon zetten, snel een paar stappen naar buiten. Ze verwelkomde me vervolgens met een net wat hogere en luidere stem waar een knikje in zat: “Oh Maaike, daar ben je.” Ondertussen keek ze met een schuin oog naar het gordijn van de buurvrouw. En als dat gordijn niet bewoog, liep ze direct naar de achterdeur, zogenaamd om wat in de tuin te doen, en noemde minstens twee keer luid mijn naam. Tot het moment dat de buurvrouw, die ze al veertig jaar Mevrouw Willems noemde, haar deur opende en ook de tuin in kwam.
Dan werd er even over mijn hoofd heen gesproken: “Wat is ze gegroeid” of “Wat een knappe meid is ze geworden” waarop oma zei dat ik altijd al knap was geweest (wat zeker niet waar was). En nog later “Wat heeft ze een leuke kinderen” en “Ze is speciaal voor haar oma helemaal hierheen gereden”.
Deze oma was een trotse vrouw. Oma en het mooie servies, heeft een prominent plekje in mijn huis en in mijn hart.
Van Dik Hout
De andere oma was klein van stuk, en droeg gerust een broek. Ze wroette het liefst met haar handen in de aarde en was kritisch en scherp van tong.
Oma was een verzamelaar en een ekster. Ik denk niet dat er meer dan twee dezelfde kopjes in haar kast stonden. Alhoewel, nu ik dit typ popt het beeld van een servies met een gouden randje op. Dat was er, maar er ontbrak altijd wel een hoekje of oortje. Ze had geen zitvlees, en ze bleef net zo lang aandringen met eten en drinken tot je uiteindelijk ja tegen iets zei of uit je slof schoot. Dat werd vaak gedaan bij en tegen oma. Uit de slof schieten. Dat hoorde erbij. Niet alleen tegen oma, voor alle duidelijkheid. Het ging in huize Klerkx vaak Van Dik Hout Zaagt Men Planken.

Als klein meiske was ik allesbehalve haar oogappel. Ik was te druk, te brutaal, te veel. De band tussen deze oma en mij werd met de jaren beter. Goed zelfs. Ze was grappig, vaak zonder dat ze het zelf doorhad, en op een eigenzinnige manier lief. Ze wist een sfeer te creëren waar iedereen graag kwam. Niet alleen voor haar eigen kinderen. Ook een leger aan broers, zussen en hun kinderen verplaatste het zondagse bezoek dat ze tot haar overlijden op haar negentigste aan hun moeder (mijn overgroot-oma) brachten, naar haar. Zij was de oudste zus, en nam als oudtante ook een oma-rol op zich voor al die nichtjes en neefjes die meer van mijn leeftijd waren dan mijn volle neefjes en nichtjes.
Ik kwam er graag, ook toen ik al lang en breed volwassen was. De humor, de warmte van dat huis en zelfs het Van Dik Hout, voelden als een comfortabele deken.
De oudste generatie sterft langzaam uit, en in de generatie daarna is de afgelopen jaren een pijnlijke en giftige breuk ontstaan. Ik kan oma nog steeds missen, al ben ik ergens blij dat ze dat niet heeft hoeven meemaken.
Deze oma was misschien wel een beetje een ondergewaardeerde vrouw. Oma en haar eksterwaren met barstjes, hebben een prominent plekje in mijn huis en in mijn hart.
Goed. Dus. Dit was bedoeld een verhaal met een luchtige toon te worden. Maar deze afslag vloeit uit mijn vingers en moest blijkbaar ook een plek krijgen.
52 dus
Zal ik nog één keer zeggen dat ik het bizar vind?
Dat ik al oma had kunnen zijn.
Een oma zonder ingedraaid haar, met een Royal Albert-servies én een warm nest vol humor.
Waar regelmatig met Dik Hout wordt gezaagd.
Dat ik mezelf nog niet als oma zie, maar stiekem wel benieuwd ben wat voor een ik word. Als ik het presteer 😉.
🙋♀️ Hoi! Ik ben Maaike — schrijfSter, mentor, expat en founder van SingaporeandMe en SingaporeandYou.
Alle hoeken van mijn expat-50+-vrouw-moeder-dochter-zus-en-vriendin-op-afstand-van-corporate-director-naar-kleine-zelfstandige-leven komen voorbij in mijn wekelijkse blog. Kleurrijk, genadeloos eerlijk, kritisch met humor, en bovenal reflectief.
Wil je er geen missen?
Je kunt je onderaan deze pagina inschrijven om ze rechtstreeks in je mailbox te ontvangen👇en leuk als je me volgt op 🍀 insta.
Ben je nieuwsgierig hoe jij jouw eigen Singapore-verhaal kunt vormgeven? Neem een kijkje op onze website SingaporeandYou en volg onze Instagram pagina.
🇬🇧 Royal Albert and Rough Timber
Our utility room — better known around here as the helper’s room — is crammed with soft drinks, beer and chips. Your average sports canteen has less stock. Where’s the party? Right here.
My third birthday in Singapore
I’m celebrating my third birthday in Singapore. Well, not my third birthday ever — I’m turning 52 — but it’s the third time I’m celebrating it here. Yes yes, I know, you get the point. Did I expect to still be in Singapore for this birthday? I doubt it. Although I’d have to checl, somewhere in one of my 100+ blogs. Which, now that I think about it, is a remarkable achievement in itself. Then again, is aging really something you can call an achievement? All you really have to do is not die. To call that an accomplishment… well, that’s up for debate. Anyway, this is starting to spiral. Let me try to steer it back into something with a bit of structure.
Granny Age
So. 52. Shall I say it one more time? I still find it bizarre. This is the age when my parents, and their parents, had already long become grandparents. That makes it feel even stranger. Not because I’m not one — but because I absolutely could have been one by now. How fun would that be. (No pressure, kids.) Maybe that’s why my grandmothers have been popping into my head a lot lately. I was lucky enough to have both of them around well into my forties. Strong, spirited, and completely different from one another.
A while back, my cousin on my mother’s side posted a message in the family group chat asking if anyone would like to have our grandmother’s floral Royal Albert tea and breakfast set. She no longer had space for it. YES PLEASE, I replied immediately. I already own half of it and would love to complete the collection.
Royal Albert
That Royal Albert set holds so many memories. The heavy round oak table, waxed and polished, with a hand-knotted table runner by grandpa and a starched white tablecloth for breakfast. The silver teapot in a tea cosy. Yes, young people, a tea cosy. Once a staple in any respectable household. Just like egg warmers. The Royal Albert teapot and cups were reserved for special occasions.

This grandmother was born into the wrong social class. She belonged in a manor house, with staff and carriages. But the universe, by mistake or design, dropped her in a working-class terraced house with a husband who worked hard for little, and whose company went bankrupt — pension and all.
She had her hair curled weekly by my mother, wore elegant blouses, silk stockings and skirts. There was silver cutlery and, of course, Royal Albert china. When I, a notoriously messy eater, stained her pristine white tablecloth, she didn’t mind. As long as the neighbours didn’t see it. The neighbours mattered. I found that out the day I chalked all over the pavement in front of her house. The only time, as far as I can remember, that she got truly upset with me.

Keeping up the appearances
Whenever I came to visit, she would always open the front door, step outside before I could set foot in the hallway, and greet me in a slightly louder and higher-pitched voice: “Oh Maaike, there you are.” With one eye on the neighbour’s curtain. If the curtain didn’t move, she would head straight to the back door, do a little something in the garden, and say my name loudly. Twice at least. Until the neighbour — who had been calling her Mrs. Willems for over forty years — finally appeared.
Then came the exchange, over my head: “She’s grown so much.” Or later, “Such a pretty young woman.” To which my grandmother would say I’d always been pretty (which definitely wasn’t true). And years later, “She has such lovely children,” and “She came all this way to visit her grandmother, despite her busy job and three kids.” This grandmother was proud. Grandma and the Royal Albert china has a permanent spot in my home — and in my heart.
Rough Timber
The other grandmother was short, wore trousers without hesitation, and loved digging in the dirt with her bare hands. She was sharp, critical, and not at all charmed by me as a young girl. I was too much. Too loud. Too cheeky. Too everything.
She was a collector. A magpie. I don’t think she ever owned two identical teacups. Although now that I think of it, I do remember a set with golden rims. There was always a missing handle or a chipped edge. Whether that was her doing or that of her slightly clumsy descendants… I’ll leave in the middle. She couldn’t sit still, and she would keep offering food and drinks until you said yes. Or raised your voice. That happened often, not just with her. In this family, things were loud, honest and direct. As we liked to say: rough timber makes the best planks.

Over time, my bond with this grandmother deepened. She was funny, often without realising it, and in a strange way, incredibly loving. She had the gift of creating a warm, welcoming atmosphere that made everyone want to stay. And not only for her kids. A whole crowd of siblings and their children gradually shifted their weekly Sunday visits from their mother (my great-grandmother) to her. She was the oldest sister and had taken on an honorary grandma role for nieces and nephews closer to my age than my actual cousins.
I loved going there. The humour, the rough edges, the warmth — it all felt like a big comforting blanket. The oldest generation is slowly fading. And the one after that has, in recent years, fractured in painful and toxic ways. I still miss my grandmother, but I’m also glad she didn’t have to see what came next.
This grandmother was a bit of an underappreciated woman. She and her chipped magpie treasures hold a prominent place in my home and in my heart.
Oops. This was supposed to be a light-hearted story. But apparently, this is where my thoughts needed to go.
So. 52.
Shall I say it one more time? I still think it’s bizarre.
That I could already have been a grandmother by now.
A grandmother without curled hair, with a Royal Albert tea set, and a warm home full of laughter.
A home where the air regularly rings with strong opinions and loud voices.
That I don’t see myself as a grandma just yet, but secretly wonder what kind I’ll become. If I manage to pull it off, of course 😉
Hi! I’m Maaike — blogSter, mentor, expat, and founder of SingaporeandMe and SingaporeandYou.
In my weekly blog, I explore all the corners of my life as an expat, 50+ woman, mother, daughter, sister, long-distance friend, and former corporate director turned small-scale entrepreneur. Colourful, brutally honest, critical with a sense of humour and above all, reflective.
Don’t want to miss a post?
Scroll down to subscribe and get my latest blogs straight to your inbox👇 or follow my insta
Curious about how to shape your own Singapore story? Have a look at our website and Instagram and discover what we have to offer here in Singapore.
Plaats een reactie